donderdag 4 augustus 2016

Wenen, zoeken naar roots..

Dit is een verbeterde herhaling van mijn verhaal 
Wenen, zoeken naar roots. Ik vind het verhaal voor veel mensen nog steeds de moeite waard om te lezen, dus zet ik het na al die jaren nog een keer hier...

Wenen, zoeken naar roots.
Gisteren teruggekomen uit Wenen, dus behoorlijk moe nog.
Maar laat ik jullie toch, zoals beloofd,  maar vast vertellen hoe we gesjouwd hebben, vooral Lies trouwens. Die heeft niet voor niets die dikke knie... ook van al dat sjouwen ja, vast wel.
Goed, we vertrokken dus de 10e, om even over vijven 's middags.
ik had in eerste instantie een hele grote reistas op een karretje, een kleine reistas op wieltjes, een rugzakje en een weekendtas bij me...vreselijk onhandig, maar naar het Centraal Station werd ik gebracht door nicht en neef. Lies had een grote reistas op een karretje en  een  werkelijk heel grote koffer bij zich.....twee oudere vrouwen op reis....!
Gelukkig bestaan er nog aardige sterke mannen ;-). Trein in - trein uit... in de slaaptrein moest Lies maar zien hoe ze alles verstouwde....ja, dat deed ze alléén, ook terug. Met zulke dingen (en met  veel méér natuurlijk) ben ik waardeloos. Doodmoe waren we, toen we, rond 9 uur de volgende morgen,  op de plaats van bestemming aangekomen waren, want ondanks de slaaptrein is er van slapen geen of nauwelijks sprake. Ik raad iedere volwassene af om met de City Night Line te reizen als het reizen in couchettes moet, die zes-kribs hokjes. Te  klein om te zitten, te staan, te liggen….stinkend  benauwd en  zeer  onrustig.
In Wenen meteen een taxi geroepen, prijsafspraak gemaakt en we werden netjes afgeleverd bij het hotel. Voor die prijs ( € 7,90 + fooitje) bracht hij de bagage ook nog binnen. Ingeschreven in het hotel, kamer 324, moesten we tot na elf uur wachten, tot de andere gasten vertrokken en de kamer weer klaar en schoon voor de volgende waren. Tijd had vóór die tijd niet zoveel voor me betekend, maar op dat moment wilden we niets anders dan rusten, wassen, eten..... In die volgorde.
Op de kamer aangekomen eerst de bedden uitgeprobeerd. Oei, dat viel niet mee. De veren kwamen door de oude matrassen heen.....en dat voelde je. De dekbedden lagen keurig opgevouwen, de kussens (heel dun), verder keurig, maar daar was het mee gezegd.
 Toch even neervallen....bek- en bekaf. Wat je hier ziet is het piepkleine halletje vóór de kamer. Links de kledingkast (half hang- half lig-) rechts was het toilet en daarachter de deur naar de badkamer. De kapstok hangt in de kamer ja.
Dus na wat 'rust' even de kleren uitgehangen en uitgepakt wat nodig was. Onder andere veel om te snoepen, hè Lies... ;-)


 Oja, dat vierkantje rechts onder het stopcontact is een metalen plaatje waarmee ze òf de electriciteit  òf de waterleiding konden bereiken....

Ik moet jullie nog  wat vertellen over de  treinreis. In Keulen, zowel als in Frankfurt op[ de terugreis zouden we overstappen, maar op hetzelfde perron kunnen blijven….. Nou, vergeet het, we moesten beide keren  met alle bagage sjouwen naar het verst gelegen perron…. Dus laat je nooit iets wijsmaken op het reisbureau ;-), het klopt nooit.
We waren doodmoe en vuil, de douche werkte niet meteen naar genoegen, we hadden geen afstandsbediening voor de tv meegekregen, het kluisje werkte niet, enfin, klachten te over, maar alleen door onze vermoeidheid, want we hadden dus alleen even bij de receptie hoeven te informeren….daarna kwam alles goed en zelfs de douche werkte, zoals Lies ontdekte.
Lies lag en sliep….en even later ik ook.
De eerste avond dineerden we in het hotel en ik moet zeggen dat het redelijk goed was, vooral het toetje, ijs met abrikozen…
Dit nog even tussendoor.

’s Avonds, een beetje bijgekomen, even de omgeving verkend, na het eten dus een rondje gelopen.
Daar gebeurde de eerste ‘toevalligheid’, die ons op de weg zette die leidde naar de doelen die ik me gesteld had.
We kwamen bij een winkel…een soort grote bazaar, waar van snoepgoed tot elektrische apparaten…van alles dus… te koop was.
In de etalage zagen we een grote koffer voor een redelijk kleine prijs staan. Die stond me aan, omdat het aantal tassen waarmee ik gesleept had eigenlijk heel onhandig was, maar ook omdat ik nog een verjaarscadeau wilde hebben voor mijn nichtje en neef, die me spontaan de sporttas en een digitale camera geleend hadden.
We gingen de winkel binnen. En de verkoopster die we aanspraken, legde verrast haar vinger op mijn davidssterretje:” Sind Sie jüdisch??” Ik beaamde dat…waarop zij haar eigen joodszijn bevestigde. Dat was leuk. En we raakten enthousiast aan de praat…Wat we kwamen doen -  en ik  vertelde hoe ik op zoek was naar het verleden en dat mijn vriendin meegekomen was om me tot hulp en steun te zijn… Waar ik gewoond had in Wenen, wilde ze weten. Dat wist ik op dat moment nog niet. Maar wel, dat ik een nicht gehad had die in de Novaragasse gewoond had, op no. 24. (die dus ook vermoord was in Auschwitz)
Stomverbaasd vertelde ze me dat zij zelf ook in de Novaragasse woonde. Ze noemde geen nummer. Maar ze gaf ons een papiertje met een adres waar we verder konden zoeken. Het adres klopte in eerste instantie niet, maar wel de naam van de joodse instantie; de Kultus Gemeinde.
Enfin, de koffer werd gekocht en we werden heel enthousiast uitgeleide gedaan door de dame.
Die avond belde ik ook met ene Dr. Herko van het Versöhnungsfonds in Wenen. We konden de volgende dag al bij hem terecht.

Dat had ik zo met hem afgesproken, nadat ik, twee weken daarvoor,  een beetje in het wilde weg een e-mail gestuurd had naar de Wiedergutmachungs-instanties. Of er iemand was te vinden die me te woord zou willen staan tijdens mijn zoektocht naar mijn verleden en die me dan ook wilde helpen om de erkenning voor mijn moeder te krijgen waar ik op uit was.
Deze Dr.Herko was degene die me uitnodigde op zijn bureau te komen zodra ik in Wenen was aangekomen.

Die dag van aankomst had dus al goede resultaten opgeleverd. En zelfs mijn Duits spreken lukte boven mijn eigen verwachting. Tenslotte was het mijn eerste moedertaal.
Een goed gevoel dat we ons in die landstaal verstaanbaar konden maken.
We gingen dan ook slapen met een eerste gevoel van opluchting.
Maar de koorts van het moeten wéten, moeten onderzoéken, moeten gáán, had nu definitief toegeslagen. En rust zou ik niet meer kennen voordat alles duidelijk was.


Dag twee

We gingen, na een buffet-ontbijt met geroosterd brood en droge broodjes, keuze uit boter en/of Becel diet…genoeg beleg en fruit,  eerst de Inner Stadt (de binnenstad) zoeken. Lijn 43, de tram, was vanaf ons hotel  nog geen vijf minuten lopen.
We hadden dat briefje van die enthousiaste  winkeljuffrouw met het adres van de Kultus Gemeinde,  maar zochten ons een ongeluk op de kaart…Lies tenminste. Geen Stetengasse te bekennen. Eerst maar naar de stad…En we kwamen, in plaats van op de Stephansplatz, wat de bedoeling was, op een ander prachtig plein terecht. Een schitterende kerk met tweelingtorens…maar dat was niet de Stephansdom. De open deuren nodigden ons uit om de prachtige gebrandschilderde ramen te bewonderen en het mooie interieur.  Dit is een prachtige kerk, omgeven door bloeiende lindenbomen en bankjes en een parkje met mogelijkheden voor scholieren om hun huiswerk te maken aan een stenen tafel met stenen banken rondom. Heel mooi. Maar niemand wist iets van de Stetengasse. Alleen het feit dat we in het eerste Bezirk (wijk één) moesten zijn wees ons de weg naar de U-Bahn (de metro, die in Wenen werkelijk ideaal is door de wijde vertakking en de duidelijke belijning in kleuren naar de diverse richtingen en lijnen). De informatiedienst binnen het station kwam – eindelijk – met het juiste adres: De Seitenstetengasse. Omdat we er ergens IN een synagoge moesten zijn dus èn daar de Kultus Gemeinde moesten hebben.. Zucht….Vreselijk veel gelopen voor we er – eindelijk – waren. Want door mijn toedoen liepen we eerst nog de verkeerde kant op. Ergens….eh…. later kwamen we er achter dat ik daar in de buurt gewoond heb. En onbewust liep ik er heen dus…

Maar de weg vragend bij weer een ander pleintje met kerk (ditmaal de Augustinerkirche, die we dus niet bezochten) werden we teruggestuurd, heel ver terug voor mijn gevoel. De tram gepakt dus. We hadden een z.g. Wiener Karte , die drie dagen lang  gebruikt kon worden. En Lies informeerde bij een taxichauffeur, waarop we heel snel het straatnaambordje in oude letters geschilderd, konden ontcijferen.
Het goede adres was toen snel gevonden. Een prachtig oud straatje in de oude joodse buurt. Vlak achter de Stephansplatz.  We moesten aanbellen en werden door de beveiligingsman streng maar netjes behandeld. Dat schijnt daar nodig te zijn. Ik had al vaker gemerkt dat mijn davidssterretje, hoe bescheiden ook, de aandacht van mensen trok. Ausweis, in dit geval de europakaart en het paspoort afgeven, werden gekopieerd en teruggegeven en toen mochten we doorlopen. Eerst de ‘foute’ deur: de synagoge zelf, waar op dat moment een rondleiding plaatsvond. Toen de goede deur, waar we koeltjes werden ontvangen door een Frau Weiss. Dat koele bleek buitenkant….want we moesten haar vertrouwen eerst winnen.
Maar toen ging ze op zoek en liep geanimeerd heen en weer met de karige gegevens van mijn moeder,en ze vond  mijn grootouders, mijn overgrootouders en mijn betovergrootouders.. ‘Jetzt wird es spannend’ kwam steeds weer over haar lippen. Wij, Lies en ik, grijnsden maar eens…begrepen er weinig van. Maar met grote bijna onleesbare hanepoten zette ze de sterfdata en de plaatsen op het Israëlitische deel van de enorme begraafplaats van Wenen op papier.
Spannend vond ze, dat mijn overgrootmoeder Adelie niet was begraven bij haar man, maar bij haar ouders….wat daar de oorzaak van was?? Misschien was er nog maar één plaats in het graf van háár ouders en dus niet meer voor haar man.
En voor de allereerste  keer in mijn leven kreeg ik te horen waar we in Wenen gewoond hadden: Springergasse 13.
Inderdaad was ik dus onbewust de goede richting opgelopen….
En ook voor de allereerste keer hoorde ik dat mijn grootvader, Armin Bock,  géén Tsjechische vluchteling was, maar een gerespecteerde Wener. Te vroeg gestorven, Amper 38 jaar jong.
Hij liet twee dochters na: mijn moeder en Hilda dus, die door grootmoeder Josepha Bock-Karpfen, werden grootgebracht.
De ouders van mijn grootmoeder heetten Simon Karpfen  en Regina Karpfen-Friedenthal. En zíj woonden dus al in de Springergasse 13!!!. Evenals mijn betovergrootouders van die kant: Simon en Re…(onleesbaar) Karpfen.(Regina?)
De ouders van mijn grootvader waren Sigmund Bock en Adelie Broda.
Kan iemand het volgen?
In Wenen blijkt Broda een bekende naam te zijn. Ik zie veel Broda’s op Google ook.

Alle mensen liggen begraven in dat Israëlitische deel van dat immense kerkhof…..behalve mijn grootmoeder (vermoord in Riga concentratiekamp en mijn moeder (Auschwitz) dus.
De oudsten in groep 8 rij 35 no. Onleesbaar.
De anderen in groep 19 rij 35 (ja!)  No. 460.
Als we erheen gingen, het kon nú nog, ze sluiten pas om 5 uur de poort, zei de nu enthousiaste dame…..moesten we bij poort 1 zijn…

Nou, eerst even bij-ademen… en de emoties onder controle krijgen. Er was zo verschrikkelijk veel over me heen gekomen…. En we hadden nog een paar dagen.
Uiteindelijk bleek ik niet met mijn moeder aangespoeld of uit de hemel gevallen te zijn,(klinkt mooier in het Duits)  maar ook ik had voorouders….zoals iedereen. En die hadden namen en hadden geleefd en waren gestorven als gewone mensen……..

Voor we afscheid namen schreef ze nog even met haar grote, onleesbare hanepoten een adres op de losse papieren die ze ons meegaf. Het Dokumentatie-archief, in de Wipplingerstrasse no. 8.
Nòg een adres dus om achteraan te gaan.
Buiten, weer via de nu vriendelijker veiligheidsman, merkten we dat we bij een vriendelijk pleintje, in een lekker zonnetje,  stonden. Even van genieten voor we verder moesten…………nu naar Dr. Herko van het Versöhnungsfonds.

Maar waar moesten we heen? Even kijken, volgende adres was Rotensturmstrasse 16-18.
Je gelooft het niet…. Maar we draaiden ons om en stonden voor het kantoor van deze Dr.Herko. Giechelend van de zenuwen stapten we daar maar meteen op af…
Wel….een lange en knappe jonge man was het wel. En het gesprek was zeer geanimeerd. Ik had mijn boek voor hem meegebracht in de veronderstelling dat hij ons verder zou helpen….
Tevergeefs…. Maar hij belde met iemand van het Nationalfonds……iedereen was in vergadering (!)
Hij raadde ons aan om eerst maar te gaan eten in zijn eigen favoriete restaurant Figlmüller, dat goed was en waar ze de grootste Wiener Schnitzel van de wereld serveerden.
Wat beduusd stonden we even later weer buiten….en vonden een heel lief, héél smal straatje vlak bij de Stephansplatz: de Bäckerstrasse.
Inderdaad, de allergrootste (en heel lekkere) schnitzel met een heerlijke sla.  We bestelden dus allebei maar een halve…en die nam nòg het hele bord in beslag.
We zouden de voorlaatste dag daar nòg een keer eten…
Aan de muur hing een artikel uit de (Nederlandse) Volkskrant met een lofzang op dit restaurantje. Leuk hoor.
Terug op de Stephansplatz hebben we genóten van de sfeer, de warmte, de standjes en de muziek van alle kanten en dronken uitgebreid koffie op een terras.
Tja, en toen moesten we terug naar het hotel……
En dat kostte niet alleen hoofdbrekens en tijd en omzwervingen, maar achteraf ook veel spierpijn. Gelukkig bleek het hotel er nog te staan en vonden we het op een net uur toch terug…
En zijn meteen in bed gedoken……bèkaf. Niet alleen van het lopen, maar ook van alle emoties.
Voor Lies, die hier toch voor de derde keer was, viel het ook bepaald niet mee. Een totaal andere wereld, waarmee ze geconfronteerd werd en er werd van haar toch verwacht mij tot steun en toeverlaat te zijn in mijn nieuwe zoektocht…..



Dag 3

Allereerst vanmorgen het door Dr. Herko gegeven telefoonnr. gebeld. Wel, het antwoord op mijn vragen was kort en krachtig en volkomen emotieloos gebracht: Mijn moeder was na het huwelijk geen 10 jaar aaneengesloten in Oostenrijk geweest (voordien dus wel, ja) en ik dus ook niet.
Und Gesetz ist Gesetz? Wet is Wet? Ik vroeg het met een tamelijk cynische ondertoon…. ‘Ja’, was het simpele antwoord.
Nationalfonds geeft dus niet thuis.
Dr Herko maar weer gebeld. Die was nogal aangeslagen…’Ik wist niet dat uw moeder niet meer de Oostenrijkse nationaliteit had’, zei hij verwijtend. Zich direct daarop (hoopte ik) realiserend dat hij mij niks kon verwijten en dat dat nog helemaal niet zeker was…..In elk geval verwees hij me weer door, nu naar een goede vriend van hem bij de Oostenrijkse Ambassade in Den Haag…jawel, de heer De Valk, waarmee ik vóór ik naar Wenen ging, contact had gehad….. daar moest ik een persoonlijke afspraak mee maken als ik weer terug was.
Tja…Dit officiële gedeelte gaat me niet in de kouwe kleren zitten, dat heb ik nu al door…..

Omdat het regende en (zeker emotioneel) geen weer was om naar het Friedhof (de begraafplaats) te gaan, zijn we een dagje gaan spijbelen.
En hebben die hele lange mooie Maria Hilferstrasse afgelopen en bekeken.  Omdat het zo koud was en het zachtjes regende en mijn hoofd onbedekt was (dat geeft me hoofdpijn) heb ik een pet gekocht. En Lies? Die kocht een hele mooie cd, getiteld: Ein Himmel voller Geigen (Een hemel vol violen). De Duitse taal is voor dit soort titels toch veel mooier….
En toen……viel Lies’ blik, eenmaal de gekochte cd in haar handen, op, van wie de cd  eigenlijk was.
We hadden vouchers voor een Mozart en Strauszconcert in het Kursalon, die avond,  waarop Lies me trakteerde. Dus waren we al een beetje in de stemming toen lies die cd kocht….Laat het nou een cd zijn van de in Oostenrijk zeer gewaardeerde……….. André Rieu!!!! Dat hoefde niet van Lies, dus kreeg ik die CD.
We hebben in het Stadtpark gegeten, in een soort herberg. Koud dat het er was!!  Maar dat mocht de pret niet drukken… Daarna de kaarten gehaald, gewandeld tot het tijd was en we de Kursalon binnen gingen. Een super-Weens salonorkestje en concert, inclusief een  klassiek geschoolde zanger en zangeres en een danser en danseres.
Papageno uit Die Zauberflöte van Mozart natuurlijk, wat dacht je. ;-)
Ik heb het programma bewaard… het is voornamelijk Strauss en Mozart, maar ook Ziehrer en Lumbye (mij onbekend tot dat moment).
Met natúurlijk An die schönen blauen Donau…en Rosen aus dem Süden…en nog meer van die muziek. We hadden prachtige plaatsen, vooraan naast het orkestje, dus toch wel echt genoten.

Nu wisten we de weg terug  naar het hotel ook…
En kregen daar, samen met een groepje keurige jongelui,  hooglopende ruzie met een heel hufterige nachtportier. Die eiste een hotelkaart van ons en daarop het kamernummer... Waar had hij het over???? Nooit  zoiets gehad. Nou, zonder kaart geen sleutels. Want, zei hij, met een blik op mij, van de week had een 62-jarige vrouw geprobeerd in te sluipen en in te breken…… (sic!)  En de jongelui dreigden te vertrekken (hadden drie kamers gehuurd), en het antwoord was dat het hem  worst zou zijn.

wenen de hotelkaart
De hotelkaart


Echt heeel erg, zoals die vent zich gedroeg. We kregen uiteindelijk onze sleutels, maar we dienden wel  meteen een klacht in bij de in de bar staande hotelpersoon. En ik ging toen naar mr. hufter terug en eiste op vrij hoge toon alsnog een kaart met kamernummer, want die had hij ons ook niet gegeven.
Op onze kamer aangekomen even allebei stoom afgeblazen, voor we gingen slapen. Het was al behoorlijk laat geworden. En echt uitslapen is er niet bij als je wilt ontbijten.
Dat kan alleen tot 10 uur…nou, en twee vrouwen hebben wat tijd nodig voor ze naar beneden kunnen, in elk geval ikzelf.


Dag 4.  Vrijdag 14-5

Deze ochtend zijn we dan naar de  centrale  Friedhof gegaan. De immens grote Centrale begraafplaats van  Wenen, met aparte ’afdelingen’ voor Katholieken,  Protestanten en  Joden.

We moesten uit  de  tram  stappen bij de eerste poort:  Tor 1. Dat was de directe ingang naar het  ‘Israëlitische’ gedeelte.

Een enorme lange laan. Aan weerszijden even enorme velden  met graven. Aan de randen van  de grotere lanen stonden de  mooie, dure,  marmeren grafzerken. Verder weg, in  het veld, de kleinere, vaak  onleesbare,  vaak  scheefhangende  of  omgevallen  stenen. Laan na laan na  laan..Bijna alle graven zijn van  ver vóór de  2e Wereldoorlog, de  data op de  stenen  gaan  terug  naar de eerste helft   van de  19e eeuw. Joodse graven worden  nooit geruimd. Men  rust er in vrede  tot  de  komst  van  de Messias. Al duurt het  eeuwen.
We liepen  en liepen  en  klommen  en struikelden….  Zochten naar de graven van mijn grootvader, mijn overgrootouders en mijn betovergrootouders,  zoals  op het  papier van mevr. Weiss van  de  Kultus Gemeinde  geschreven stond,   ploeterend  door, voor  mij, schouderhoog gras en onkruid,  waarin de prachtigste  kleine bloempjes  bloeiden. Lies maakte een heel  klein  boeketje, de foto ervan hangt nog steeds op mijn herdenkingsplaatsje in mijn huis.
We vonden, afgaande op de tellingen  van  groep,  rij en nummering, misschien  de juiste grafstenen, onleesbaar,  omgevallen en  verzakt….en ik legde dáár, met de onschatbare hulp van Lies,   mijn kiezelstenen neer. Het is  een joodse gewoonte om  als teken van  bezoek een kiezelsteen op een  graf  te  leggen, geen  bloemen  of  zo.
De geur van  buxus is daar overweldigend en  bedwelmend. Ik heb altijd  van  die geur  gehouden. Maar  zal  hem nooit  meer kunnen ruiken  zonder  aan  dat  veld  te  denken….dat veld dat een eeuwigheidsgevoel  bij  me opriep, juist door  zijn heel verwaarloosde uiterlijk  een  gevoel van eeuwen  en generaties  en  generaties  van mensen,  waar  ik bij hoor.

Lies bleef flink en  nuchter,  ik kreeg een gevoel van zweven……van me neer willen leggen in dat diepe gras en  heel  lang 
voelen  wáár  ik  lag en  de  geuren  insnuiven en  de  geesten  van al die gestorvenen voelen…  Mijn neus  echter  waarschuwde me  door  vreselijk te  gaan  druppen,  dat dat  niet gezond  voor  me zou  zijn. Pollenallergie ja.
Toch nam ik met moeite afscheid, toen we  doodmoe richting  Tor 1,  de  uitgang, liepen.

Het Friedhof (een mooiere naam dan  begraafplaats toch?)   was zo onaangetast, in zijn  meer  dan 100 jaar  verwaarloosde toestand en  als het symbool van  het  tijdelijke en het eeuwige  van  zo grote onaangetaste en onaantastbare  schoonheid….  dat een mens niet anders kan dan zich realiseren dat we, als eeuwige mensheid, als mens toch een zeer tijdelijk wezen zijn…  En alles werd doordesemd door de geur  van buxus….
Mijn  eigen buxusje  zal me hier voortaan altijd  aan herinneren.

Ik  realiseerde  me dat mijn  moeder en mijn grootmoeder hier niet  en  nooit begraven waren. Nergens begraven  waren  dus. Ik had  moeite om afscheid te nemen van  die  plek. Nam me voor dat ik ook niet begraven zou worden.
Lies  niet nee….  Die was blij eindelijk weg  te  kunnen…ze  was ook heel  erg moe, want ze had nog harder geklommen  en gezocht  als  ik  en  haar been  deed  pijn.
Maar Lies  leefde weer helemaal op toen  bij de uitgang, op  de deur  van een  keet, een papier  zichtbaar kwam, waaruit bleek  dat  hier een grote  joodse vrijwilligersorganisatie al  jaren  aan het werk  was  om  de begraafplaats op te knappen. Ze zouden,  zei het papier, nog ongeveer  660.000 manuren daarvoor nodig hebben.
Zo groot  was die joodse  begraafplaats. Ik heb een foto gemaakt, die  nog niet  ter  beschikking is, van  een grote hoop gebroken  grafstenen. In de  oorlog is er  een voltreffer op de begraafplaats terechtgekomen. De  beenderen moeten daar verzameld worden, want het  lichaam moet onaangetast  zijn.
Op die plek is één grafzerk voor  allen opgericht.
Op  een andere plaats  zag ik  een rij vrij nieuwe, naamloze graven.  Opgericht omdat  de originele graven  door de bominslag zó  vernield waren  dat geen identificatie mogelijk was.

Maandag wilden we (wat mijzelf betreft:  graag)  terugkomen. Want morgen  was het  Sabbat en daarna zondag… En  we wilden proberen de coördinator van dat vrijwilligerswerk te pakken te  krijgen.  Die coördinator zou ’s morgens tot  12  uur  aanwezig zijn.
Dit was dus  de ochtend van de  4e dag.
En  opeens beving me toen  een  grote onrust..Ik  wilde   weg,  terug  de stad in.
Naar het adres dat ons door Frau  Weiss was meegegeven,  het adres waar mijn  overgrootouders, mijn grootouders, mijn moeder  en haar zuster.....en ikzelf hadden gewoond: Springergasse 13.
---

Dag 4, de  middag
Met  Straszenbahn en U-Bahn terug naar  de Schwedenplatz…daar tramlijn 21  genomen  en  de  hele route gereden die we  twee dagen daarvoor vergeefs gelopen hadden. Bij de Augustinenkirche weer rechtsaf….en toen een  eindeloos eind gelopen…via de Novarogasse,  waar familie van me gewoond heeft, maar waar ik  totaal geen wijs kon worden  uit de  ongenummerde gebouwen  en een  beetje in  paniek raakte.… Steeds verder doordringend in  de  wijk Bezirk Eins…..tot we  èindelijk dan  toch  in de Springergasse stonden.  Een  gewone Weense straat. Grote appartementsgebouwen. Een  koffiehuis en  toen…….toen zag Lies het nog  het eerst. Een  wit, keurig gerenoveerd  gebouw, boven de poort het nr.  13.
Dáár heb ik dus  gewoond als peuter,  samen met mijn  moeder, mijn oma, mijn tantes, mijn toen nog kleine nichtje en  neefje.  Hier dus hebben behalve mijn grootouders,  ook  mijn  overgrootouders  en waarschijnlijk ook mijn betovergrootouders gewoond..
  Dáár is het dus allemaal gebeurd……dáár had ik een (joodse) familie,  waar ik bij hoorde. In  gedachten vroeg ik mijn vader en zijn  vader vergeving voor het feit dat ik helemaal opging in waar ik hier mee bezig was….maar ik kon niet  anders.
Naar  binnen  gaan?  Mijn hart  bonsde in  mijn keel…. Dat stelde ik zo lang mogelijk uit. Lies begreep het wel,  liet me  even mijn gang gaan.  De voordeur ging  open,  er kwam een jongen uit…..en nog een keer, er kwam  een  nog vrij jonge, witharige dame met een klein  hondje uit.   ‘Vragen’’! moedigde Lies  me aan….Maar ik durfde  nog  niet.  Toen ze  terug kwam  lopen  hebben we haar toch aangeschoten. Ze woonde er, zei ze, nog maar twee maanden en  wist niets van de geschiedenis van  het huis. Maar  ze zou  ons naar iemand brengen  op  de  eerste  verdieping,  die er al  20 jaar woonde. En  wèl iets wist van vroeger dus. Ze liet ons binnen door de poort…  In de buitenhal achter de voordeur  had een  koetsje  kunnen staan.. De  binnendeur daarachter leidde naar  een binnenplaats  en  een trappenhuis………waar mijn adem stokte. Verstijfd, totaal verstijfd stond ik daar…

Dit was  exact het  beeld dat  ik al  die jaren meegedragen had. Mijn onderbewuste kwam met een schok tot het bewust zijn, dat ik hiér dus  als  2- tot  3  jarige  gewoond had. Alles  was  bekend,  Het grote trappenhuis met de draai die zo moeilijk te nemen was voor een peuter….het binnenplaatsje, met  de ramen  tot de hoogste verdieping  erop uitkijkend…….Ik  hoorde de vrouwen ‘plaudern’, kletsend in het raamkozijn hangend, hoofddoeken  omgeknoopt, de donkere kleding afstekend in het  licht dat op  de kozijnen  en de opgeschoven ramen  hing. Het geluid van hun luide stemmen……..

Maar ze waren  er  al 65  jaar niet meer.  Wat ik zag gebeuren op dat moment  was al  ruim 65 jaar  geen  werkelijkheid meer…… De  ramen waren  gesloten,  de  binnenplaats keurig opgeruimd…..het trappenhuis was breed en hoog, met  ondiepe treden en een door de tijd  volkomen  gladgeschuurde houten  leuning. 
We volgden de witharige dame naar  boven……namen de ruime bocht…Wat moet dat  voor  een  kleintje hoog zijn geweest, misschien had mijn moeder  me op de arm  gedragen? (Later vernamen  we  dat  we twee hoog  gewoond hadden).
Een  oude vrouw  deed open  op het bellen van de witharige, die  na een korte uitleg over onze  aanwezigheid snel  vertrok. Met veel tegenzin werden  we in het wel heel nauwe halletje, dat door grote  spiegelkasten een  groter aanzien had  moeten krijgen, toegelaten. Spiegelkasten…?
.Ik had in  mijn  vorige huis ook een voorkeur voor spiegelkasten. (Eentje in de hal,  eentje in de  huiskamer….)

De vrouw pakte  een papiertje, schreef daar een naam, adres en  tel.  Nr.  op.  We moesten maar contact opnemen met Herr Fleger, die  wist veel meer en verzamelde alle gegevens van dit huis.
Terwijl ze praatte en schreef keek ik langs haar heen. Rechts een piepkleine, donkere  keuken. Vóór  me kon ik  een  blik werpen  in haar kamer…..Een  nieuwe schok…. Zo moest  de kamer er dus vroeger ongeveer hebben uitgezien. Vol en schemerig en met  donkere gordijnen, tafeltje  waarop  veel foto’s en schilderijen aan  de  wanden. Heel veel heel oude dingen zag ik staan…. Prullaria….zoals die vroeger zo vaak  de oude kamers moesten opfleuren.
Toen  ze ons  (bijna letterlijk) de  deur uitwerkte  na mijn  uitvoerige dankbetuigingen,  en de  deur achter  ons dichtgooide (waarom was ze niet vriendelijk en  gastvrij? Dat zou ik  zeker  in  zo’n geval geweest zijn.) gingen we langzaam  de lange brede trappen weer  af.  Lies was opgevallen (ze had me een seintje gegeven en ik  zag dat het huis  dan  wel mooi  gerenoveerd was, maar niet de hele woning.  De binnenkant van  de huisdeur zag eruit  alsof hij ooit ingebeukt was.  Achteraf  gaf dat  voedsel  aan  nieuwe  gedachten over het verleden. Ik had moeite met weggaan daar. Bleef aarzelen bij die binnenplaats, bleef overal  treuzelen….. Lies had  ondertussen contact gelegd met een oude  man, die voor een hout-werkplaats stond. Bleek de  echtgenoot van  de vrouw  te  zijn en  zelfs  al op  de  hoogte van de reden van ons bezoek. In een onverstaanbaar taaltje  stond hij ons te woord.. Niet erg vriendellijk ook, net als zijn vrouw. Maar Lies complimenteerde hem terecht met de  mooie houten dingen  die er stonden en die hij zelf  maakte.
Nee, vriendelijke, gastvrije en  toeschietelijke Weners hebben  we amper of  niet  ontmoet.  Zelfs niet in restaurants of cafeetjes waar  we  koffie dronken onderweg  Ook daar bij Springergasse 13  niet, terwijl ons  verhaal toch  niet echt  alledaags  te noemen  was.

Buiten weer lang getreuzeld……..Dit was het  dus. Dit was het huis waarvandaan de zwerftocht begonnen  was, het huis waarheen niemand van de familie ooit teruggekeerd is. Mijn hoofd en mijn hart voelden aan  alsof ze niet bij mij  hoorden op dat moment.  Het was moeilijk terug te gaan….ik  was nog niet binnengeweest, niet echt..En  het heel kleine kind in mij stampvoette van boosheid  en teleurstelling. De volwassen  vrouw liet  niks merken, en beheerste  zich.
Lies gaf me alle tijd die ik nodig had om weer tot mezelf te komen.
En toen  herinnerde ik me  ook, dat ik tram 21, die ons terug  moest brengen, in de buurt voorbij  had zien komen. Dat hadden we moeten weten,  want het been  van Lies begon steeds meer op  te spelen en  de wandeling was heel lang geweest.
Inderdaad vonden we na een  paar minuten die tram, die ons  wèg  van de Springergasse, weer terug  naar de Schwederplatz bracht.
En terug naar  het hotel, waar we in het restaurant de maaltijd gebruikten  (en  meteen afrekenden, want het hoorde niet  bij de hotelrekening ;-) )
Herr Fleger konden we maandag pas  bellen.  Het is vrijdagavond, morgen  is het Sabbath,  We  gingen ervanuit, dat hij een oude,  joodse  man  moest zijn. Zondag zal hij niet werken.
Tijdens het aantekeningen  maken voor dit  verslag  voel ik dezelfde enorme ontroering en  het zweverige gevoel, dat  me die middag ook overvallen had….En tijdens het tikken hiervan…zie ik zich  alles weer afspelen  alsof  het steeds opnieuw gebeurt….en gebeurt……en gebeurt.

Dag  5 Vrije dag.
We moesten ook een  beetje plezier hebben in ons reisje…. Nietwaar?
We gingen naar Schönbrunn. Het was even zoeken  naar de juiste lijnen,  maar dit chaootje heeft  de beste gids  meegenomen die ze  krijgen kon ;-), Lies dus.

We waren  er al vlot, sneller dan  we dachten. Het  grote plein van Schönbrunn in  de zon  is prachtig omzoomd  met  rode bloeiende meidoorn. Het paleis  zelf  is met alle bijgebouwen en  kleine paleisjes in de omgeving  ruim genoeg  geweest voor de (negen of) elf kinderen in het kilometers grote park.


Uitgebreid koffie mèt gedronken en toen wat rondgelopen……maar de knie van Lies  protesteerde toen al……en we zagen een terreintreintje  voor het paleis  langs rijden….en dat leek ons,  twee  dames op leeftijd toch, aantrekkelijker.
Voor 5 euro konden we de hele dag met  het  treintje tjoektjoek. Onderweg waren stops, waar men kon uitstappen en van alles bezichtigen. Het is er prachtig  in het voorjaar,  werkelijk de moeite waard. De parken, de vergezichten over Wenen…  voor  ons een genot,  maar  ik  heb geen plaatjes hier om jullie te laten meegenieten. Het terrein bevat  heel  mooie kassen, te  vergelijken  met (maar nietgelijk aan :-) ) de Hortus Botanicus zoals die  in Amsterdam en Leiden  bestaan.  Wel al  heel oud….en  door die  ouderdom prachtig. De kassen zelf zijn in de  zon geslepen  juwelen.

Maar overal moet  je betalen…zo  ook  hier.
We zijn de ‘palmenkas’ ingegaan en  hebben even  genoten van  alle prachtige kassen  en  hun inhoud. Voor Lies was vooral de tropische kas  iets ‘van toen’, van ‘vroeger’  en  ze liet me ook van alles meegenieten. De wortels van Lies liggen in het oude Indië.
Vooral de orchideeën hadden haar bewondering. Ikzelf hou niet van  orchideeën, ook niet  van  lelies trouwens.  Maar ik kan de  prachtige kleuren natuurlijk niet  ontkennen.

  Er is  ook nog  een woestijnkas…..ook apart te betalen….en niet te vergeten de  dierentuin (met  een bijbehorende uitgebreide winkel. Ja,  natuurlijk, ook apart betalen. Nee, de dierentuin zijn  we niet ingegaan, dat  kunnen  we thuis  ook. Maar wel in de winkel  rondgesnuffeld en  kleinigheden voor thuis gekocht. Honger?? Stukje  pizza of zo  was er wel  te krijgen….  ;-)
Enfin, toen  de middag bijna voorbij was werden we toch  te  moe en  wachtten  weer  op  ons treintje. Dat  de  rit afmaakte en toen opnieuw begon. De controle-mensen zijn  geoefend en  weten precies  wie wel en wie niet betaald hadden….Maar het leken wel  ezels  in een tredmolen. Dag in dag uit dezelfde rit…hetzelfde  omroepen totaal onverstaanbaar …dezelfde stops …..

Maar een mooie rit is het wel, zeker aan te bevelen. Vooral ook omdat het  een dagkaart  is, je overal kunt in- en uitstappen en er zoveel te genieten valt.
Lies trakteerde  op nòg een Weens concert,ditmaal van Het  Schloss Schönbrunn  orkest. We hadden, toen we  het terrein verlieten, nog  een  paar uur voor het  concert begon.  En besloten in  ons  hotel te gaan eten en  dan weer terug  te  gaan. Het régende!! Het was  al  die dagen wel killetjes geweest maar  nu  regende het  voor  het  eerst. En  daar  waren we niet op gekleed.
Maar goed….net als de eerste keer  in de Kursalon hadden  we  nu in de concertzaal  van Schönbrunn  weer plaatsen vooraan. Het is wel een zit want  de  stoeltjes zijn dan  wel mooi en  oud  en origineel,  maar een concert heeft toch een hele  avond nodig, en ik maakte me zorgen om Lies, die veel pijn had. Maar het was weer uitbundig genieten van een echt Weens  concert…..net als het vorige,maar dan nèt even   anders… Om opnieuw  te genieten dus. Ditmaal stond er een  professionele dirigent voor  het orkestje, in de Kursalon was het  een gemoedelijke, perfect  op het publiek spelende Herr Kapelmeister, die  dus  zelf meespeelde.
In de regen ’s avonds laat terug met U-bahn  6 naar het hotel.

De klant is hier in Wenen beslist geen koning.
Ikzelf, maar ook Lies, kan zich niet herinneren ooit door bedienend  personeel zo onbehoorlijk behandeld te  zijn. Zij  moeten  toch ook  hun brood  verdienen  en  kost het dan zóveel moeite  je tenminste behóórlijk te gedragen?!
Onze onbeschofte nachtportier had één en ander van zijn superieuren te horen gekregen n.a.v. de  klachten van ons van het groepje  jongeren. Hij had een heel  valse vriendelijke glimlach op  zijn snuit en  was bepaald  onderdanig. Hij  voelde het denk ik wel toen ik onze sleutel ophaalde  en met een hooghartig gebaar onze inmiddels  verkregen hotelkaart op  de balie legde.  ;-)
 Lies kon het niet laten te vragen of hij  ‘nog worst had’.  De man zijn mond viel open: ‘Waah…?
-----------------

Dag 6. Zondag.
We konden nergens terecht en besloten naar het Kunsthaus te gaan.  Hundertwasser was dus  het  doel.
Tevoren had ik van  een Duitse vriendin totaal onverwacht een  mooi boek  over de  kunstenaar en  zijn  werk gekregen. Ik had  dus  wel een  indruk van zijn  werk. En verheugde me erop het in werkelijkheid te  zien.
De naam van de artist is eigenlijk Friedrich Stowasser, hij werd geboren in  Wenen in  december  1928 en beleeft, àls hij  nog leeft, zijn ouderdom in  Nieuw  Zeeland. Pas  in 1949 nam hij de naam Hundertwasser aan. Hij is  een zeer aktief  en veelzijdig artist.

Omdat  we  niet precies  wisten  waar we  moesten  zijn was het  een eindeloze wandeling…: ‘Nee, hier moet u terug  en dan naar links’ en ‘ha,  u bent  verkeerd  gegaan…het is hier vlak  bij, daar moet u de  hoek  om…’.. en nog zágen we  niks..
Maar goed, uiteindelijk stonden we voor een Hundertwasserwinkel.
De eerste plek waar  de commercie rond Hundertwasser toesloeg.
Er  was  veel meer…eenmaal ‘ binnen’  toen we  binnenstapten, was een  plein vol winkeltjes  in de nationale producten:  Mozart, Strauss en Hundertwasser. Oké, je  kon  er  ook nog  koffie drinken  of  iets anders, en ook het  toilet was  een Hundertwassertoilet…

Nee, ik heb er  geen gebruik van gemaakt, de  trap naar beneden  (en  dus ook naar  boven)  was ook een Hundertwassertrap ;-), mij te gevaarlijk.
------------------
Het plaatje laat het  echte  Hundertwasserwerk zien.  Geen tegeltje  is recht  gezet, alles  wijkt af  van alles,  zelfs  de tralies voor het raampje  zijn ongelijk. Zelfs  het lijstje eromheen is nergens recht. De versiering  is  ogenschijnlijk in het wilde weg  aangebracht en schijnt nergens op te lijken. Het doet wat  primitief  aan….maar de plek van elke  ongelijk gevoegde tegel,  van muur en vloer, de plaats van het  raam en van  de muurversiering is doordacht en met vrolijke opzet zo aangebracht. Een schoolvoorbeeld  van  Hundertwasserwerk.


De  fantasie legt het af  tegen de werkelijkheid.  Er ligt geen steentje gelijk aan de andere, geen kleurtje  gelijk aan een andere, geen meter  vloer gelijk (in alle  opzichten) aan de andere. Weinig toegankelijk voor invaliden….dat wel.  In  een  quasi primitieve stijl, in  ongelooflijk veel kleuren en  -schakeringen, licht  en  luchtig en tegelijk, op een  vreemde manier, loodzwaar…maar  mijn  ogen konden  er  niet genoeg  van krijgen. Buiten hebben we niet alles  bekeken, het was te veel, een hele  wijk.  En  het been  van Lies  speelde behoorlijk op. Maar als troost gaf Lies me een mooi  boekje van de artist. En  we kochten in de winkeltjes (in das Village)  een paar  leuke souvenirs.

Tja, als je het  echt  goed wilt  bekijken moet  je  even een boekwinkel binnenlopen – of zelf gaan  kijken. I.v.m. de kb-tjes  kan ik het niet groter maken. Een indruk van het geheel  kan  ik  zelfs niet geven. De simpelste boekjes  die dat wel  kunnen  zijn:  “Wien -Hundertwasser-Haus” en “Hundertwasser  Kunsthaus Wien”. Een Taschen – uitgave, dus waarschijnlijk in een goede boekhandel wel te koop.

Een  hele lange wandeling terug…Arme Lies. Gelukkig vonden we de bus en later de U-Bahn,  die ons naar de Karls-Platz brachten. Lies had daar goede herinneringen aan, maar  herkende niets meer. Het is een koud, pompeus plein geworden. Waar weinig gezelligs,  gemütlichs aan was. De aanwezige Uh-bahn was nog steeds  bij een mooi  gebouwtje,  maar  door  de verbouwing was dat  bijna onzichtbaar geworden. Het ongelijke niveau  van het  plein leek het nog groter te maken. We hebben er de Karls-Kirche bekeken…even  pompeus.   En toegang betaald voor een kerk vol stellages,  waar bepaald geen heilige  sfeer  hing ;-).


Blijkbaar midden in een grote  renovatie.  Midden in de kerk  was  (zowel voor de werkers aan de kerk, als  voor  bezoekers) een enorme stellage met  lift aangebracht. Daarmee kon je helemaal (20 meter?)  naar boven en onder  het  dak  de fresco’s bekijken,  die ook gerestaureerd werden. De vloer was  er  echter niet echt stabiel….er mochten ook maar  20 mensen  tegelijk op en we gingen dus een beetje snel  weer  naar beneden. Onderweg zagen we andere fresco’s, die  jammerlijk verwaarloosd waren…maar erg  mooi moesten worden.  Uit de  luidsprekers klonk, je houdt het niet  voor  mogelijk, muziek van (ik was het toen vergeten, maar herinnerde het  me  later  weer)   Palestrina. Zijn missen en de  Klaagliederen  van  Jeremia….
Tegen de  tijd dat  ik er  weer, maar dan voor  mijn  plezier heenga, zal  het  hopelijk klaar  zijn.
Doodmoe  naar het hotel teruggegaan hierna…en  tot etenstijd hebben we  geslapen.
------------

Dag 7. de  ochtend
Die ochtend verlieten  we het  hotel vroeg.  Het is een lange rit en de mensen  die op de  Israelitische Friedhof  hun moeilijke taak  moeten verrichten:  het  opknappen van de  enorme  begraafplaats, zijn er maar tot  12 uur.
Niet dus….Er was helemaal  niemand.
Wij zijn zelf  weer gaan  zoeken…nu in een andere groep. De vorige keer was het groep 8, nu zochten we  in groep 19.
Hetzelfde beeld, schouderhoog gras en onkruid. Ontelbare stenen,  rechtop, scheef,  omgevallen, in de  bodem  gezakt  of eenvoudig  verdwenen…een open plaats achterlatend.
En opnieuw ploeterden we  erdoor…zoekend naar  namen en  data…Weer vergeefs.
Wel  kwamen we de naam Bock  tegen: Daniel Bock en  zijn dochter Josepha Hirsch, geboren Bock. Een grote marmeren, dus’ belangrijke’ steen.

 
En weer kwamen we bij de rijen  naamloze stenen, die  op  de plaatsen van  de  vernielde  graven  gezet waren.
Lies ging eerder terug. Ik kon niet wegkomen. Maar  zij  ontmoette bij  de  uitging een  vader  met zijn  zoon.  Zoon met  keppeltje, dus  aangenomen werd  dat zij joods waren, hetgeen ontkend werd. Zij  ‘hadden’ iets met het  joodszijn en   met deze begraafplaats.  De oudere man was de beheerder van de Friedhof   en hij vond het maar niks dat de vertegenwoordiger van  de  vrijwilligersorganisatie  niet was  komen  opdagen. Wij ook  niet…dus. 
Zonder resultaten terug.  Zeer teleurgesteld…dat is  zacht  uitgedrukt..
We hebben veel U-bahnen gezien die rest van de  dag….en  veel Strassenbahen. Veel metro en tram  dus.
Maar  we  gingen wel rechtdoor  naar het nieuwe adres dat we van Frau  Weiss van  het Kultus  Gemeinde hadden opgekregen.  Het Stadt  Archief in de Wipplingerstrasse.


Dag 7 -  2

Na enig  gezoek  en  heen en weer lopen – wel lift  - niet lift , niet  lift dus…kwamen we waar we moesten zijn.  Op  de eerste verdieping van een stedelijk archief. De plaats waar alléén uit Wenen afkomstige joodse  mensen  werden geregistreerd, mensen  die vanuit Wenen naar  de vernietigingskampen  waren  gestuurd en als omgekomen (lees: vermoord)  waren geregistreerd….Alles met de grondigheid die de  Duitsers  èn de  Oostenrijkers kenmerkten.
===
We werden ontvangen door een jonge man, die echter,  met al zijn goede  bedoelingen, geen  hulp kon bieden.  Ik  wist  trouwens helemaal niet wat voor  hulp hij  zou kùnnen bieden en waarbij. We werden gestuurd door Frau Weiss…. En zijn instantie  zou  ons verder  kunnen helpen. Punt. Meer wist ik niet.
Uit computergegevens kwam echter al  gauw de  familie Bock en Karpfen tevoorschijn. Maar om verder de computer in te kunnen  moest hij  een historica erbij halen. Frau  Schwarz. Inderdaad een  toeval  die namen….
Frau Dr. Ursula Schwarz ging  met  ons  samen de computer  in.  En  al gauw  kwamen  er  vreemde feiten  naar  boven, waar  ik tot  dan  geen  benul van had.
Net als  in Amsterdam werden  de joden uit hun  huizen gejaagd en  gecentreerd  in een  ghetto. Zo ook  mijn familie.  Ons huis in de Springergasse  werd gevorderd  en de  familie  moest haar  intrek nemen in Bezirk  2, in Krummbaumgasse 1.
Onze adem stokte. Niet alleen van Frau Schwarz. Maar ook  de mijne.
Ik  kom daar  later op  terug. Eerst maar  de feitelijkheden.

Altijd  had  ik gedacht en ook verteld dat de familie in Theresiënstadt was omgebracht. Dat  had Rabbi  Schachter van Yad Vashem  in Jeruzalem  me  verteld  en op  de papieren laten zien. (Daar moet ik het ook  recht  gaan zetten dus…) Maar hier  blijkt dat de  familie  naar  Riga (Deportationskartel IKG is de bron van dit  gegeven)) in Letland is gedeporteerd en daar  is omgebracht.  Waarom zo ver?? Dat  zal  wel  nooit beantwoord  worden. Maar misschien  waren de  vernietigingskampen in Polen wel overbelast en was Theresiënstadt overvol. ;-(( In elk geval, ik  kreeg zwart op wit het bewijs mee dat ze in Riga werden  vermoord.

De Krummbaumstrasse….
Toen ik voor  de eerste  keer ging scheiden – en ikzelf in uitgeputte toestand in het  ziekenhuis werd opgenomen, moest ik mijn kinderen naar een kindertehuis  brengen. Extra moeilijk, omdat ik mezelf had  voorgenomen dat wat mij was overkomen nóóit  mijn  kinderen  zou gebeuren. Maar  net als in de generatie  daarvóór, was het stomme en vreselijke overmacht…
Ik bracht dus mijn kinderen indertijd, geholpen door een vriendin, naar het  opgegeven  adres in de Kromboomsloot in  Utrecht. Ik  ga hier op deze  plaats niet  verder op in.
Frau Schwarz verschoot ook van kleur… Schoof  haar  stoel  met  een ruk achteruit…

Zij  woont op dat adres Krummbaumgasse 1.

Bestaat toeval? In mijn ogen niet.
Ze vertelde ons dat  het (natuurlijk appartementen)Gebouw, dat in de oorlog als gedwongen opvang en afvoeradres voor joden had gediend, na de oorlog  was opgekocht  door een nazivrouw, een zeer gehate  huisbazin. Tegenwoordig is  het weer  een gerespecteerd en gerenoveerd woongebouw, onder een andere eigenaar.
Maar dat ze  uitgerekend dáár woonde, waarheen mijn  familie  verbannen was……..  En dat ik mijn kinderen moest brengen  naar een huis van hetzelfde adres….

Van Omama heb ik  de enkele gegevens kunnen vinden dat ze geboren is als  Josepha (Josefine)  Bock, geboren Karpfen op 17 november 1878 in Brünn, dat ze gestorven is  in Riga  op 11 januari 1942,
Op haar kaart staat:   dood zonder bevestiging.
Tot ohne Bestätigung.
De bron  is hier ook:  Östa, Bestand FLD, Transportlisten in  alphabetischer  Folge………………
Geen commentaar….

Mijn  moeder kwam toen ook ter sprake. Van haar  was geen enkel bewijs van bestaan te vinden. Geen  ‘ Deportationsliste’ geen  OF WIEN liste…..
Wel van haar zuster Hilda,  die in Amsterdam de oorlog  overleefd heeft. Haar naam staat  vermeld als  enige  dochter waarvan iets bekend is:
Tochter Hilda, vh. Kloett-Bock 1-10-1906.  Gatte Hermann. (Bron  IKG-Wien)
Zij huwde  na  de oorlog  met  een Kloet ja…maar van  een echtgenoot Hermann is niks bekend  bij mij.

Waarom is mijn moeder nergens genoemd???
Ik vertel het verhaal van mijn moeders vlucht uit Wenen naar Nederland…hoe  familie en een vriendin het  heeft over een vlucht als  (uit het boek  Uncle  Tom’s Cabin//De negerhut  van Oom Tom) Elisa’s vlucht met haar kind,  over  de  Ohio… De grensrivier tussen Amerika en het  vrije  Canada, waar  ze veilig zou zijn. In het  boek  springt Elisa van ijsschots naar  ijsschots achtervolgd door de honden van  de  slavendrijver.
Daaruit  begrijpt Frau Schwarz dat mijn moeder ‘dus’ via de Donau is  afgezakt,  eerst naar Tsjechié en  vandaaruit verder  gevlucht is naar het Westen. 
Dat  is  dan  ook de reden  dat  ze niet  is  geregistreerd in  het Weense archief.
Omdat ze uit Oostenrijk is gevlucht wist  niemand waar ze gebleven was.  En dat ze vanuit Nederland is opgepakt  en vandaaruit via  Westerbork naar Auschwitz-Birkenau is vervoerd en daar  vermoord, werd dus niet in Oostenrijk geregistreerd………………….

Maar voor alles is een formulier te krijgen…… dus ook hiervoor.
En  met hulp  van  Frau Schwarz heb ik een  formulier ingevuld  voor het Dokumentationsarchiv des  Österreichischen  Widerstandes.
Dat  houdt zich o.a. bezig met de opsporing  van en het naam geven aan holocaustslachtoffers die  nergens genoemd zijn. Ik heb haar dus, behalve  in Jeruzalem,  ook in Wenen  haar plekje terug kunnen geven.

Heel emotioneel  dus allemaal….ook voor  Lies, die zich noodgedwongen  afzijdig had gehouden.

Er  werden, om  de zaak  wat te ontspannen,   nog  wat grapjes gemaakt over het  feit dat  we  door  Frau Weiss  naar  Frau Schwarz waren  gestuurd….maar  dat  grapje  vertelde iedereen die via de een  naar de ander was gestuurd……
Met veel  plichtplegingen namen  we  afscheid. Wat kun je nog  meer  doen??
We hebben nog wat rondgezworven  en  gegeten op de Schwederplatz. En  zijn vroeg  naar het hotel teruggegaan

Dag 8
Dit  keer vertrokken we met de tram en kregen voor het  eerst te maken met  een controleur. De Wienerkarte was inmiddels  verlopen  en ik had een  8ritten-kaart gekocht. Je stempelt hem gewoon  af  op  de volgende strip. En hij is dan de hele dag  geldig op alle  openbaar  vervoer.  Niks strip overslaan…die theorie  daarover heb  ik ook nooit kunnen aannemen. En  niks  maar één uurtje of anderhalf uurtje  geldig. Ik denk dat als  Nederland  een voorbeeld  zou nemen aan het  openbaar vervoer hier in Wenen dat ze niet met tekorten  zou zitten omdat het niet de  moeite loont vals te  spelen.
Goed, maar ik had maar één strip afgestempeld..wist ik veel….De controleur vertelde dat  ik er voor ons beiden dus twee had moeten afstempelen… Maar Lies  is  kie-ien….die wees op haar zak,  en zei dat ze  een  geldige Wienerkarte bij zich had. Toen was  het goed,  de man bleef  vriendelijk en vroeg  geen bewijzen  ook. Maar ik schaamde me toch wel hoor.
Twee haltes verder uitgestapt,  we  hadden nog de tijd voor de  volgende  afspraak en besloten in een heerlijk zonnetje  een mooie winkelstraat te verkennen.
Lies wilde  eigenlijk  nog een mooie stropdas kopen voor haar man… en we  gingen dus een dure winkel binnen, waar ze mooie exemplaren hadden… Inderdaad, maar de  goedkoopste was  €  59,-  en  dat was toch  een  beetje…eh…  te duur. Dus liepen we verder. Naar de Votiv-Kirche
Het is een bijzonder bouwwerk, en in  eerste instantie vergisten  we ons en dachten voor  de Stephansdom te staan.

Hij lijkt er niet  op hoor….véél mooier. Met zijn twee torens en op kantwerk  (of een suikertaart?) lijkende bouw. Het vreemde is dat beide kerken gedeeltelijk  wit zijn, gedeeltelijk nog (erg) vuil. Alsof men  wil laten zien hoe erg  het was  en  hoe het zou kunnen  worden.
De Votivkerk staat in een prachtig plantsoen, de Stephansdom op een  prachtig  plein……verschil moet er zijn.

Op de Rooseveltplatz dronken we koffie. Het  been  van  Lies begon weer op  te spelen..  En daarna gingen we dóór het plantsoen richting Mayergasse…  waar onze  volgende afspraak zou  zijn.
Maar dat vergde  toch veel gezwerf met U-Bahnen… Nogmaals, leve het  openbaar vervoer  daar, zelfs ik kan er  niet verdwalen. Behalve als ik een goede gids naast me heb…;-)
Jawel, ik ken de geschiedenis van de aanleg van dat Openbaar Vervoer.  In  de oorlog  aangelegd door ( o.m. Joodse) dwangarbeiders.. Inderdaad. En dat  mag nooit vergeten  worden.
Maar  Wenen is  zuinig geweest op die nare erfenis. En heeft er toch iets moois van weten te   maken.  Wat  kan ik  ànders zeggen?

Herr Fleger…… We belden en zochten  en  klopten….niemand  te  zien. Uiteindelijk moesten we in het pandje ernaast  zijn.  We werden  binnengelaten door  een Wener  van  middelbare leeftijd. Een schriele,   nerveuze, heel chaotische en plat pratende figuur. Bijna een karikatuur.  Hij leek  zeker niet de deskundige in  de zaken  waar  wij naar zochten.. Het had iets  Dickens-achtigs.
 Het kantoor was een heel  klein,  met mappen en  dossiers volgepakt pandje, waar  de stenen kachel  brandde vanwege de  vochtigheid, zoals hij zei. En Lies, die er tegenaan moest zitten, wist zich even echt  geen raad. Er stond of  hing ergens een bordje ‘bitte nicht rauchen’,  maar herr  Fleger vroeg aan  ons of wij  er  bezwaar tegen hadden  dat hij een  sigaret opstak…… Vriendelijk maakte  Lies  hem erop attent  dat hij  tegen  zijn  eigen  regels  inging  en dat wij er inderdaad bezwaar tegen  hadden…. De goede man wist  zich even helemáál geen raad met  zijn houding. Echt hoor, het was allemaal heel karikaturaal. J
Het verhaal dat ik  hem te vertellen had, alle feiten, en namen en data, noteerde hij. Hij wist me  zelf  niks te vertellen, zover ik nu  weet………dat  ik al niet wist. Maar hij  zou  de dingen  gaan  uitzoeken en  op een  rijtje  zetten en  me berichten  daarover…
Het was met een gevoel  van opluchting  dat  we, véél  later, in  de  frisse lucht terug  waren.  Wat viel erover te  zeggen???  Niks. Afwachten was  de boodschap.

We zijn naar  de Stephansplatz gegaan (weer de U-Bahn  ja) en  zijn de beroemde Kärtnerstrasse uitgelopen. Gewinkeld, terrasje  gepakt en daarna weer, lekker en simpel,  gegeten bij Figlmüller in die leuke kleine Grinzingerstrasse, waar ze de grootste Wienerschnitzel ter wereld serveren ;-)

Dag 9, De laatste dag.
Gisteravond zijn we met  pakken begonnen. Meer valt er momenteel niet te doen, uit  te zoeken  of  te bezoeken  ook. Het is  nu  afwachten of er  iets  uit  Wenen komt  en voor  mij wat ik vanuit Amsterdam kan  doen.
Er is véél te pakken.  Er is veel te veel  meegenomen. Voor mij is  een voordeel, dat ik nu een grote koffer ter beschikking heb waar,  behalve de grote reistas,  een heleboel  spullen in kunnen. En  ik trek hem gemakkelijk, hij  heeft ook  een goede trekhaak. De  andere tassen  kunnen daardoor  ook gemakkelijker gesjouwd, c.q. getrokken worden.  Lies worstelt echt met haar  koffer…het gaat er allemaal  niet  zo  gemakkelijk in  als  toen haar gewaardeerde hulp het  zo  netjes inpakte. ;-)
’s Morgens moeten we  om 11 uur de sleutel van de  kamer  inleveren. Dus na het ontbijt gaat Lies verder met  pakken… Op  tijd gaan we met alle bagage naar  beneden, leveren de sleutel  in..

Ik had  tevoren  al de bijkomende kosten betaald,  t.w. de  telefoonkosten.  Met  een  gewone  telefoon altijd voordeliger  als met een  mobieltje. Maar bovendien konden  we met de mobiele telefoon onze mensen in Holland  niet bereiken….

De bagage kan, tot we naar de trein  moeten,  even  opgeslagen worden,  geen bezwaar. Maar wijzelf?  Eigenlijk een beetje met  onze ziel onder de arm gaan we nog een  keer met de U-Bahn, nog een keer  een  winkelstraat in, een  kopje  koffie drinken. Maar het been van Lies speelt  zo vreselijk op,dat we in arren moede  teruggaan  naar het  hotel, en  in de  lobby  gaan wachten tot het tijd  is  om een  taxi te  bestellen die  ons,  met alle bagage, naar het station brengt. Maar tot het  zover is,  zitten  we  ons  uren in  die lobby te vervelen.  Koffie of  thee is er niet bij, we  zijn  inmiddels  uitgeschreven  immers.
Eindelijk wordt het dan  tijd  voor de taxichauffeur. Een vriendelijke  man  die  ons tot in het  Westbahnhof  brengt en voor een karretje zorgt.  De  trein staat te wachten en wij moeten er in…… Gelukkig is Lies sterk  genoeg  voor  ons twee en met behulp van  een  aardige jongeman lukt het  dan ook om, met veel  vijven en zessen, de bagage in de slaapcoupé te stouwen.
Nu  wijzelf  nog. De couchette is  te klein  om te zitten. Je  kunt je alleen liggend bewegen. Met twee mensen die noodgedwongen blijven  staan  tùssen de couchettes gaat het ook niet fijn…. Net als op  de heenweg is  de reis een  regelrechte  ramp.

Boven  ons liggen 4 jonge mensen rustig te slapen. Die doen  dat duidelijk  vaker.  Maar Lies,  en zéker ikzelf, liggen  te woelen  en te draaien en  te zoeken  naar een  manier om comfortabel te  kunnen liggen….wat niet  lukt. Het  is een  verademing als om vijf uur de controleuse ons onze reispapieren komt brengen en  ons  waarschuwen dat we om  zes uur moeten overstappen.

Frankfurt…..Volgens de papieren kunnen we  op hetzelfde perron blijven……..Maar als er maar geen trein binnenkomt gaat Lies toch  maar op onderzoek. En komt terug met de mededeling dat  we  aan het allerverste perron moeten zijn en nog moeten opschieten ook om de ICE-trein te halen.  Dat station in Frankfurt is goed groot hoor, geloof me!!!

….
De treinreis naar het Westen gaat grotendeels  aan ons voorbij, moe als we zijn.  Lies haalt nog koffie  onderweg….tegenover  ons zit  een echtpaar,  dat zich bijzonder vreemd gedraagt…Hij fluistert tegen  haar helemaal  naar haar toegedraaid,  terwijl zijn duim achter  hem  wijst naar diverse  mensen in de trein.  Het  is  duidelijk dat hij kletst over zijn  medepassagiers  en ze  hebben samen  de  grootste  schik. Naar ons kijken ze  niet. Tot  Lies in Amersfoort uitstapt om verder richting Zwolle te gaan. Dan richten  ze opeens het woord tot mij: ‘Of  ik Jüdische ben’. Tja……ja dus! Dat vinden ze interessant en  ze gaan een gesprek aan.  Ik ben afhoudend, maar kan niet  voorkomen dat ze me uitnodigen (en een adres geven) om hen in Keulen te  komen bezoeken. Nee, ik geef geen adres  terug…maar zeg hen dat als een Erica uit  Amsterdam hen belt,  dat ik dat dan  ben…
En ik  ben heel  blij  als ze er in Utrecht uitstappen, want onbeleefd wil ik toch  niet  zijn. Zeker niet als  Jüdische ;-( .

Op het Centraal Station van  Amsterdam wachten  nichtje  Elly  en neef Freek  me  op  bij de uitgang van de coupé! En kan ik  thuis eindelijk bijkomen van de wederwaardigheden en alles verwerken en straks weer verder gaan  met  zoeken, maar nu kan  dat verder vanuit mijn eigen huis.
Erica van Beek, 1 juni 2004.